Bosbeheer

middelhout

Tot ca. 1950 werd het bos beheerd als middelhout. Een middenbos bestaat uit hakhout, dat om de 6-12 jaar afgezet wordt, en opgaande bomen. Het hakhout leverde brandhout; de opgaande bomen leverden timmerhout. Het bos bestond uit o.a. eik, wilg, populier en beuk.

De Sint-Baafsabdij organiseerde houtverkopen in het grooten aelmoessenye bosch. Ook in de 17e eeuw was er al aandacht voor duurzaam bosbeheer. In de verkoopvoorwaarden stond bv. dat zaailingen niet beschadigd mochten worden bij het kappen van het hakhout: voorts sullen de coopers gehouden syn te laeten staen alle sorten van plantsoen ofte sayelinghen in het slaghoudt. Door deze jonge boompjes te sparen, kunnen ze doorgroeien tot volwassen bomen. Zo kan het bos ook in de toekomst nog hout leveren.

foto middenbos

hooghout

In de Eerste en Tweede Wereldoorlog werden grote delen van het bos gekapt. Nadien werden jonge boompjes geplant om het bos te herstellen, ook uitheemse soorten als Amerikaanse eik en Japanse lork. Sinds 1950 wordt het bos beheerd als hooghout. Het Aelmoeseneiebos is nu een opgaand bos, een bos met hoge bomen.

foto hooghout